Standpuntenmatrix Wetenschapsbeleid: PVDA+
Openbaar en in dienst van de maatschappelijke noden
België is een van de Europese landen die het minst openbare fondsen voor onderzoek ter beschikking stelt. Vandaag besteedt ons land slechts 0,5% van zijn nationale rijkdom aan wetenschappelijk onderzoek. Finland bijvoorbeeld besteedt ongeveer het dubbele (0,9%). Laboratoria zijn slecht uitgerust en de technische middelen ontbreken. Onderfinanciering leidt tot slechte werkomstandigheden en slechtere resultaten.
Op die manier drijft men de onderzoekscentra naar de grijparmen van privé-bedrijven en hun winstlogica. Naar schatting is ongeveer 80% van het geneesmiddelenonderzoek in Nederland en België rechtstreeks gebonden aan de farmaceutische industrie. Om te voldoen aan de wensen van de privé-bedrijven wordt het resultaat van onderzoeken soms aangepast, niet openbaar gemaakt of vervalst.
Het is aan de overheid om dit onderzoek te organiseren en te financieren. De wetenschappelijke instellingen van de overheid die instaan voor onderzoek en controle van geneesmiddelen, voedingswaren en leefmilieu, moeten hun programma’s autonoom kunnen opstellen.Er moet openbaarheid zijn over de banden met de industrie en over de financiële belangen van onderzoekers en onderzoeksinstellingen.
Het gevolg van het ondermaatse budget voor wetenschappelijk onderzoek is ook een grote onderfinanciering van het fundamentele onderzoek, want daaruit kunnen de privé-bedrijven niet onmiddellijk winst slaan. Er gebeurt ook weinig of geen onderzoek naar oplossingen voor een aantal van de grootste noden van de maatschappij, omdat dat onvoldoende winst zou opleveren.
1% van het BBP investeren in onafhankelijk en publiek wetenschappelijk onderzoek is een absolute noodzaak net als een aanwervingsplan voor jonge onderzoekers, met perspectief op een vaste carrière. Herfinanciering van de grote fondsen voor wetenschap. Instituten als FWO en IWT dienen meer middelen te krijgen zodat meer onafhankelijk onderzoek mogelijk wordt.