Standpuntenmatrix per thema: Onderwijs & hervorming (bologna)
Belgische Alliantie
De Belgische Alliantie wil degelijk onderwijs dat niet alleen aandacht schenkt aan overdracht van kennis en praktische vaardigheden of aan de cognitieve ontwikkeling, maar ook aan het socialiseringsproces van kinderen en jongeren tot verantwoordelijke burgers in een democratische, open samenleving. Het aankweken van die burgerzin hoort een belangrijke dimensie van ons onderwijs te zijn.Uitgangspunt van het onderwijs is voor de Belgische Alliantie verder dat elk schoolnet binnen algemene grenzen en kwaliteitsnormen zijn eigen pedagogisch project moet kunnen nastreven, evenwel zonder dat dit leidt tot uitsluiting.
De Belgische Alliantie hecht ook veel belang aan volwassenenonderwijs, met name aan basiseducatie. Kansarme volwassenen die om de een of andere redenen onvoldoende vorming hebben verworven, moeten steeds de kans krijgen alsnog hun achterstand in te halen. Voorts moet het volwassenenonderwijs bijdragen tot het levenslang leren, een kernvaardigheid in de moderne kennismaatschappij met snelle technische en technologische veranderingen.
Een sleutelfactor voor degelijk onderwijs ziet de Belgische Alliantie als noodzakelijk voorwaarde ook een herwaardering van de leerkracht, zowel in financieel opzicht als qua aanzien. Tenslotte wijst de Belgische Alliantie op het belang van samenwerking tussen de taalgemeenschappen in ons land, bijvoorbeeld via uitwisselingsprojecten voor leerkrachten en leerlingen.
BUB
EEN VOORUITSTREVEND BELGIEOpvoeding speelt een cruciale rol in onze Belgische maatschappij. De scholen en universiteiten moeten vernieuwde aandacht krijgen. Leslokalen moeten gemoderniseerd worden indien nodig en het onderwijs moet van de hoogste kwaliteit zijn voor alle Belgische leerlingen en studenten. De scholen moeten ook dicht bij de woonplaats gelegen zijn. Desnoods moeten er meer scholen gebouwd worden.
Er zijn in België 15 universiteiten. Dat is teveel voor een klein land. Fusies zijn dan ook noodzakelijk met als enige doelen kosten te besparen en de efficiëntie en de kwaliteit van het onderwijs te verhogen.
CAP
Een volledige publieke financiering op alle niveaus die overeenkomt met de werkelijke opleidingskost moet het onderwijs op alle niveaus gratis maken. De publieke financiering optrekken tot minstens 7 procent van het BBP. Geen publiek-private samenwerking voor de scholenbouw. Pluralistisch onderwijs georganiseerd door de gemeenschap, dat gefinancierd wordt naar behoefte. Privé-onderwijs georganiseerd door een non-profitorganisatie kan mits zij de centrale rechtspositie voor het personeel, de door de overheid bepaalde minimum onderwijsdoelstellingen en de regels inzake beheer en controle van de financiële middelen met inbegrip van het patrimonium aanvaarden. CD&V
Onderwijs maakt mensen sterk voor de wereld en sterk voor de toekomst. CD&V vertrekt vanuit het respect voor de vrije keuze van de ouders, de vrijheid van het initiatief en de vrije ruimte om het eigen opvoedingsproject te realiseren.Tegen 2020 dienen de talenten in Vlaanderen nog meer benut te worden. Concreet willen we zoveel mogelijk kinderen in het kleuteronderwijs, minder schooluitval door betere studiekeuze en meer zorg, betere doorstroming in het secundair onderwijs en meer instroom in het hoger onderwijs, meer deelname aan levenslang leren, meer diversiteit op de arbeidsmarkt.
We willen ook studenten echt warm maken voor een buitenlandse ervaring. Vreemde talenkennis aanleren is in dat verband essentieel. Docenten en professoren moedigen we aan hun eigen Europese contacten meer uit te bouwen en zo de weg voor te bereiden.
Er moet gezorgd worden voor voldoende, gemotiveerde en bekwame leerkrachten en voor sterke scholen met een eigentijdse infrastructuur. In het secundair onderwijs bestaan er, afhankelijk van de studierichting, te grote verschillen in kostprijs voor de ouders. Iedereen die recht heeft op een studiefinanciering, moet ze ook krijgen. CD&V wil dat de overheid het onderwijsveld de ruimte en de tijd geeft om de in gang gezette vernieuwingen in te voeren.
Groen!
De basisfinanciering van de Vlaamse universiteiten en hogescholen is ondermaats in vergelijking met de rest van Europa en niet in verhouding tot de systematische uitbreiding van het takenpakket. Het is een prioriteit voor Groen! om die basisfinanciering op te trekken tot de vooropgestelde doelstelling van 2% van het BBP (t.o.v. de 1,2% die vandaag in Vlaanderen wordt gehaald).Groen! wil ook meer middelen uit te trekken voor fundamenteel, niet-gericht onderzoek op initiatief van de vorser en los van rechtstreekse verplichtingen aan bedrijven. Investeringen in fundamenteel onderzoek zijn nodig om de Vlaamse braindrain te stoppen en toponderzoekers in Vlaanderen te verankeren.
Groen! stelt zich vragen bij het nieuwe financieringsdecreet hoger onderwijs. Het financieringsdecreet is gebaseerd op een outputfinanciering: hogescholen en universiteiten worden voornamelijk gefinancierd op basis van verworven studiepunten en uitgereikte diploma’s. Groepen die minder makkelijk doorstromen worden financieel minder interessant voor de onderwijsinstelling. Het gevaar bestaat dat een hogeschool of universiteit enerzijds de lat lager legt, en makkelijker diploma’s uitreikt, of, anderzijds, gaat selecteren aan de ‘ingang’ en gericht gaat rekruteren. Het gevaar bestaat dat er een negatief effect is voor de doorstroming van kansengroepen. Groen! vraagt een grondige evaluatie van het financieringsdecreet tegen het einde van de nieuwe legislatuur.
Lijst Dedecker
Vlaanderen heeft dankzij de vrijheid van onderwijs een uitmuntend netwerk van scholen, dat ieder jaar een van de beste resultaten van de wereld neerzet. Toch is onderwijs meer dan een loutere kennisoverdracht; goed onderwijs besteedt ook aandacht aan de ontwikkeling van kinderen tot vaardige, mondige, kritische en emotioneel intelligente volwassenen. Om deze opdracht te vervullen mogen directeurs en leerkrachten niet bedolven worden onder administratieve regelneverij voor bijkomstige zaken. Het ijveren naar een kwaliteitsonderwijs voor iedereen betekent niet dat alle kosten integraal op de belastingbetaler moeten worden verhaald. Vrijheid van onderwijs houdt ook in dat scholen middelen mogen verzamelen om extra inspanningen te doen voor hun leerlingen. De ouders moeten ook vrij de school voor hun kinderen kunnen kiezen, zonder daarvoor aan de poorten van de school te moeten kamperen.LSP
LSP staat voor een actief verzet tegen de vermarkting van het onderwijs zoals onder meer wordt opgelegd door de Bologna-hervormingen. Kandidaten van LSP liggen mee aan de basis van of nemen deel aan acties en campagnes tegen de hervormingen en tegen de dure studiekosten. Met de economische crisis die vandaag de hele wereld treft kijken heel wat multinationals reikhalzend uit naar de enorme onderwijssector. Nadat ze de private economie zodanig verprutst hebben dat hier geen winsten meer te halen zijn, richten heel wat kapitalisten zich weer naar de openbare sector. De druk om privatiseringen en besparingen in het onderwijs door te voeren zal na de regionale verkiezingen enorm zijn.LSP is actief onder personeelsleden, scholieren en studenten om samen op te komen voor meer publieke middelen voor onderwijs: 7% van het BBP zou een goed begin zijn om te kunnen komen tot gratis en degelijk onderwijs dat toegankelijk is voor iedereen.
N-VA
Vlaanderen beschikt over een sterk kwalitatief onderwijs. Dat wil de N-VA ondersteunen en belonen. Door te investeren in leraren, in schooldirecties en infrastructuur. En niet door een drastische onderwijshervorming, maar door zachte bijsturingen die de mensen op het veld vooruit helpen.De N-VA is niet blind voor de nieuwe uitdagingen die op ons onderwijs afkomen. Maar we doen dat niet door de lat omlaag te leggen, wel door iedereen mee naar boven te trekken. Een sterk taalbeleid met een grondige kennisverwerving van het Nederlands als prioriteit maakt daar integraal en prioritair deel van uit.
In het onderwijs doet Vlaanderen het beter wanneer het sterker is. Dat toont internationaal onderzoek van de OESO onomstotelijk aan. Daarom ook vraagt de N-VA opnieuw om de resterende federale bevoegdheden inzake onderwijs en vorming over te hevelen. Het betreft de vastlegging van het begin en het einde van de leerplicht, de minimumvereisten inzake het uitreiken van diploma’s en de pensioenregeling.
De N-VA is niet tegen de Europese onderwijshervormingen (Bologna), maar vindt dat we in geen geval mogen afwijken van het principe dat het Nederlands in Vlaanderen de onderwijstaal is op alle niveaus.
Open VLD
Elk kind is anders. Dat is voor Open Vld het uitgangspunt voor het onderwijsbeleid. Iedereen moet gelijke kansen krijgen en eigen keuzes kunnen maken. De kwaliteit moet hoge toppen scheren. Een piste die Open Vld wil bewandelen is deze waarbij scholen meer vrijheid krijgen voor een gediversifieerde aanpak zodat maatwerk mogelijk wordt. Daarnaast willen de Vlaamse liberalen ‘Open Scholen’ waar kinderen geprikkeld worden en zich kunnen onderdompelen in sport, cultuur en in activiteiten van het plaatselijke verenigingsleven. Vakoverschrijdend denken moet de norm worden.In ons hoger onderwijs moet voor Open Vld ‘excellentie’ het sleutelwoord zijn. We kunnen maar excelleren als we ook volop de kaart van de internationalisering trekken. Taalaanbod in het Engels en kansen voor onze ‘young potentials’ om toegelaten te worden tot internationale topinstellingen spelen daarbij een belangrijke rol.
Open Vld zal er ook over waken dat de associaties samen met de socio-economische partners instaan voor opleidingen die maximaal zijn afgestemd op de Vlaamse arbeidsmarkt.
PVDA
De school- en studiekosten zijn in de voorbije vijftien jaar verdubbeld. We hebben af te rekenen met overbevolkte klassen. Meer leerlingen moeten hun jaar overdoen en velen van hen maken hun middelbare school niet af. We zien grote kwaliteitsverschillen tussen de verschillende scholen. Volgens het Europese PISA-onderzoek het Vlaamse onderwijs één van de best presterende ter wereld. Maar het is ook een van de meest ongelijke van de wereld. De kloof tussen de beste en de slechtste resultaten van Vlaamse leerlingen is bijzonder groot.
Onderwijsresultaten worden in grote mate bepaald door de sociale afkomst van leerlingen. Kinderen
van arbeiders doen het minder goed dan kinderen van hooggeschoolden en ook kinderen met een
andere etnische afkomst doen het veel slechter.
Het is nochtans mogelijk het anders te doen. Finland heeft het hoogste onderwijsniveau van Europa en de ongelijkheid ligt er zeven maal lager dan bij ons. Waarom? Kinderen uit alle milieus en van alle regio’’s hebben er hetzelfde recht op studeren. Er is een schoolplicht tot de leeftijd van 16 jaar. Tot die leeftijd volgen alle leerlingen een gemeenschappelijk basisprogramma zonder enige opdeling in onderwijstakken (zoals de opdeling bij ons in algemeen, technisch en beroepsonderwijs). En zittenblijven bestaat er niet.
Vanaf hun 16 jaar hebben de leerlingen de mogelijkheid om met kennis van zaken te kiezen voor het verderzetten van hun studies, ofwel via een aanvullende algemene vorming ofwel via een voortgezette technische opleiding.
Privéscholen werden er opgedoekt. Het onderwijs is er volledig gratis: handboeken, warme maaltijden, de schoolbusdienst, zelfs de schooluitstappen. Waarom zou in België niet mogelijk zijn wat in Finland kan?
Door de overheveling van de onderwijsbevoegdheid van het federale niveau naar het niveau van de Franstalige gemeenschap zijn de onderwijsmiddelen er in de jaren 90 gedaald met 25 procent. Er was dan ook een daling van het aantal leerkrachten. In plaats van een financiering door de federale staat in functie van de behoeften, heeft men de voorkeur gegeven aan een enveloppenfinanciering, verdeeld tussen de taalgemeenschappen in ons land. Die houden geen rekening met de
werkelijke toestand en noden op het terrein. Er is geen enkele geldige reden waarom kinderen uit hetzelfde land, alleen maar omdat ze in een ander gewest wonen, niet mogen genieten van dezelfde onderwijskansen in dezelfde schoolomstandigheden. De financiering van het onderwijs dient een federale materie te zijn. De verdeling van de gelden moet gebeuren volgens de werkelijke noden en behoeften.
Het stimuleren van de samenwerking tussen de overheid en privépartners bij de renovatie van schoolgebouwen via het zogenaamde PPS (publiek-privaat samenwerkingsverband) leidt tot een verrijking van de financiers. PPS maakt scholen nog armer en draagt niet bij tot meer middelen voor het onderwijs. De PVDA+ is voorstander van een onderwijs dat integraal wordt gefinancierd door de overheid.
België ratificeerde in 1983 het VN-Verdrag inzake de Economische, Culturele en Sociale Rechten van de Mens. In Artikel 13 lezen we dat “het hoger onderwijs door middel van alle passende maatregelen en in het bijzonder door de geleidelijke invoering van kosteloos onderwijs voor eenieder op basis van bekwaamheid gelijkelijk toegankelijk dient te worden gemaakt”. Er werden nog maar weinig inspanningen gedaan om dat waar te maken. Zo is België een van de weinige Europese landen die voor de huisvesting van studenten geen steunmaatregelen heeft uitgewerkt. Studiebeurzen moeten in het begin van het jaar automatisch worden toegekend aan al wie er recht
op heeft. Geen ingewikkelde procedures en lange wachttijden.
Verhoging van de studiebeurzen en uitbreiding van de criteria om er recht op te hebben. Op termijn
willen we de algemene invoering van een maandelijkse studietoelage voor alle studenten, zoals dat
het geval is in verschillende Scandinavische landen.
Geleidelijke opheffing van alle inschrijvingskosten voor het hoger onderwijs.
De gewesten moeten overheidsgeld investeren in de bouw en het beheer van goedkope studentenwoningen van hoge kwaliteit.
Geen toegangsexamens voor hoger onderwijs en geen bekwaamheidsproeven voor de centrale
examencommissie op het einde van het middelbaar onderwijs.
SLP
SLP wil het beroep van leerkracht dynamiseren en financieel opwaarderen. Met de vlakke onderwijscarrière wordt komaf gemaakt. SLP voorziet vijf mogelijke statuten voor de leraren, en na evaluatie, vier carrièresprongen die gepaard gaan met vier loonsprongen: junior leraar, leraar, senior leraar, leraar-expert, leraar-directeur. Dit systeem moet geleidelijk het systeem van de vaste benoeming vervangen zonder fundamenteel te raken aan de rechtszekerheid van de leerkracht.Het onderwijs moet voor SLP nog beter worden afgesteld op de arbeidsmarkt. Het onderwijs moet in nauw overleg staan met de bedrijfswereld zodat een diploma nog betere kansen op de arbeidsmarkt biedt.
Het Bologna-akkoord bevat kansen maar ook bedreigingen. SLP onderschrijft de grotere transparantie van diploma\'s binnen de grote Europese context en de grotere mobiliteitskansen. Wij hopen via Bologna ook het hoger onderwijs te dynamiseren (relevante en actuele vormen van onderwijs) en te flexibiliseren (meer groepen betrekken via bvb. combinatie werk/studie en een vlotte overstap tussen universiteit en hogeschool). Wij staan echter huiverachtig tegenover een louter economische invulling van het hoger onderwijs. Voor SLP heeft hoger onderwijs een waarde op zich. Wij zijn ook tegen een verregaande homogenisering van het onderwijsaanbod. Zeker als dit betekent dat er in belangrijke mate in het Engels wordt gedoceerd.
sp.a
Bologna is de het kader waarin de bakens van de Europese Hogeronderwijsruimte dienen te worden uitgezet. We willen dat iedereen, zowel studenten als onderzoekers, docenten en afgestudeerden, mobiel in is Europa. We willen een echte barrièrevrije Europese hogeronderwijsruimte. We werken de financiële drempels weg en vereenvoudigen de erkenning van diploma’s in het buitenland. We willen een scherpe profilering van de verschillende types instellingen en opleidingen. Diversiteit en transparantie zijn hierbij cruciaal. Iedereen moet weten welke instelling waar voor staat, en dit op basis van objectieve indicatoren en verifieerbare feiten. Hogescholen en universiteiten spitsen hun opleidingsaanbod beter toe op richtingen waar ze echt goed in zijn. Minder kwantiteit en meer kwaliteit. De kwaliteit van elke opleiding wordt door een aangepast financieringssysteem gegarandeerd.
Gelijke kansen op uitstekend onderwijs moet in Europees perspectief geplaatst worden. Een brede toegang tot ons hoger onderwijs verhoogt de kans op vooruitgang en innovatie in onze economie.
UF
UF herinnert er aan dat de financiering van de scholen gebeurt op federale en gelijke basis voor alle leerlingen. De scholen in de Rand rond Brussel worden dus niet betaald met Vlaams geld. UF stelt voor dat de Franse gemeenschap volledig bevoegd zou worden voor de organisatie van deze scholen.
UF weigert bijgevolg dat de Vlaamse gemeenschap de pedagogische inspectie van de Franstalige scholen in de Rand rond Brussel zou uitoefenen.
UF eist dat de mogelijkheid zou bestaan voor Franstalige scholen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of het Waals Gewest om kinderen op het halen in de Rand rond Brussel.
VCD
Om de kwaliteit van ons onderwijs te verhogen, hanteren wij de volgende principes :De ouders vertrouwen het onderricht toe aan scholen die zij vrij moeten kunnen kiezen en organiseren. De scholen kunnen in alle vrijheid hun pedagogisch project opbouwen, hun programma’s concretiseren, tot vrije actie overgaan en ontvangen daartoe van de overheid al de evenredige subsidies toegekend aan ieder kind. De vrijheid van organisatie moet gepaard gaan met een gemeenschap die toeziet op de leerprogramma’s van de scholen en die de vrijheid van invulling respecteert in het kader van de vrije meningsuiting.
Vlaams Belang
De onderwijshervormingen hebben zich in sneltempo opgevolgd. Het Vlaamse onderwijs is nu toe aan organisatorische rust. De vele hervormingen brengen de zorg voor kwaliteit op de individuele scholen in het gedrang. Wat de Europese Bolognahervormingen betreft, mag een vrijmaking van de hogere onderwijsmarkt geen sociale uitsluiting tot gevolg hebben. Het mag ook niet tot culturele stroomlijning leiden, zoals alleen Engels op de universiteitsbanken.