Standpuntenmatrix per thema: Begroting
BUB
De begroting moet in orde zijn en mag geen kunstmatig weefsel zijn waarbij het erfgoed der Belgen zomaar wordt verpand. Een keer dat de schaar gezet is in de overbodige parlementen en de lonen van de parlementariërs zelf, zal er sowieso een meer leefbaar klimaat ontstaan financieel gezien. Maar de B.U.B. denkt ook dat begroting iets is dat een product van alle ministers is. Daarom wil de B.U.B. bekwame ministers bijgestaan door bekwame mensen, die de stiel door en door kennen.CAP
De begroting is verbonden met alle andere genoemde thema’s. De beleidsideeën die wij daar lanceren, vormen samen het kader voor een andere begroting. De middelen daartoe moeten onder meer komen uit een vermogensbelasting (graaitaks) op de grote inkomens van bvb topmanagers, het stopzetten van de patronale cadeau’s,… CD&V
België heeft het crisisjaar 2009 afgesloten met een tekort op de begroting van 6% van het bbp. Daarmee deed België beter dan heel wat andere lidstaten van de Eurozone. Toch is de begrotingssituatie niet comfortabel. De Europese Raad heeft ons gevraagd om het tekort in 2012 te beperken tot 3% van het bbp. Bijkomend heeft de Belgische regering zich geëngageerd om het evenwicht op de begroting in 2015 te herstellen. Bij de opmaak van de begroting 2010-2011 werd daartoe een belangrijke stap gezet. België handelde zo sneller dan de meeste andere landen. Over de volgende legislatuur zal ongeveer 4% van het bbp moeten worden vrijgemaakt om het begrotingstraject te respecteren. Geen evidente opdracht. Maar voor CD&V een absolute noodzaak. Hoe meer schuld we opbouwen, hoe meer de interestlasten op die schuld interen op de financiering van de kerntaken van de overheid. De begroting op orde stellen is ook nodig om het vertrouwen binnen de Europese Unie en op de financiële markten te behouden. Gegeven de reeds hoge lastendruk, zullen de komende jaren vooral aan de uitgavenkant inspanningen geleverd moeten worden. Met CD&V in de regering werd alvast een einde gesteld aan de begrotingstrucs (zoals de verkoop met dure wederinhuur van gebouwen) uit de paarse periode. Een pak doorgeschoven facturen werden intussen ook betaald. Groen!
Een beleid voeren is meer dan zorgen voor begrotingsevenwichten. Uiteraard is het belangrijk om de overheidsfinanciën binnen de perken te houden om de volgende generaties niet met een te zware erfenis op te zadelen. Maar een evenwichtig begrotingsbeleid houdt rekening met meer dan enkel financiële evenwichten, het is net zo belangrijk om voldoende beleidsruimte te creëren voor een sociaal en ecologisch beleid. Op die manier schuiven we de milieufactuur niet door naar later, wanneer ze veel meer zal kosten. Een evenwichtige begroting houdt rekening met de problemen van vandaag (werkloosheid, bestaansonzekerheid, inkomensongelijkheid), de erfenissen uit het verleden (NMBS, pensioenlast, kernenergie) maar vooral met de problematiek van de toekomst. Zo scheppen we ruimte voor een ecologische, zorgzame en solidaire samenleving. Vandaag is de begrotingsopmaak teveel gebaseerd op eenmalige maatregelen zoals de verkoop van gebouwen of overname van pensioenfondsen. Dit bezwaart de beleidsruimte voor de toekomst. Uitgaven een jaar vroeger boeken om de begroting in evenwicht te brengen is slecht bestuur.
Lijst Dedecker
De begroting moet in zijn geheel de ruimte bieden voor een snelle afbouw van de overheidsschuld tot maximaal 40% van het BBP (te bereiken voor 2020) en financiering van de lasten van de vergrijzing. Om deze reden moet worden gezorgd voor een voldoend groot primair saldo en moet een overschot van minimaal 1,5% van het BBP jaarlijks worden gereserveerd en gekapitaliseerd met het oog op de toekomstige sociale uitgaven. Lijst Dedecker is voorstander van de techniek van zero base budgetting. Het gaat om een methodiek waarbij alle begrotingsposten jaar na jaar in vraag worden gesteld en vanaf nul weer moeten worden opgebouwd. Begrotingen moeten in alle geval in evenwicht zijn. Tekorten zijn, tot men het 40%-doel heeft bereikt, niet toegestaan. Beleidsruimte voor belangrijke sociale en andere projecten (investeringen) moet worden gevonden door de overheid efficiënter te laten werken en de activiteit van de overheid te beperken tot duidelijk gedefinieerde kerntaken. LSP
Meer investeren in openbare diensten, sociale zekerheid en infrastructuur. Dat is waar de bevolking echt nood aan heeft. Het nationaliseren van de sleutelsectoren van de economie zonder compensaties, tenzij op basis van bewezen behoeften, zou de economie de nodige ademruimte geven om te ontwikkelen op maat van de behoeften van de meerderheid van de bevolking. Het zou bovendien voldoende middelen vrijmaken voor behoeften die best door de gemeenschap worden voorzien. N-VA
België moet ten laatste in 2015 een begroting in evenwicht hebben.Dit is een enorme uitdaging, want deze regering heeft de begroting totaal laten ontsporen. Maar het moet, we kunnen niet anders. Met een staatsschuld van meer dan 100% van het BNP is er geen alternatief dan een strikt begrotingsbeleid te voeren. Hogere belastingen zijn voor de N-VA echter uit den boze, want de werkende Vlamingen worden nu al uitgeperst als citroenen. Het evenwicht moet net als in Vlaanderen bereikt worden door efficiëntiewinsten te boeken in de administratie en de beheersinstellingen van de sociale zekerheid. Bovendien moet men stoppen de groei van de uitgaven in de ziekteverzekering te stimuleren met een opgelegde groeinorm.Open VLD
De regeringen Verhofstadt zorgden voor een duidelijke trendbreuk met het verleden inzake economisch beleid, gekenmerkt door gezonde overheidsfinanciën én lastenverlagingen. Het gevoerde beleid van begrotingen in evenwicht en lastenverlagingen zorgde voor een goeddraaiende economie en meer jobs.België scoort inzake begrotingssaldo opmerkelijk beter dan onze buurlanden en is Europees koploper inzake afbouw van de overheidsschuld.
Maar er is geen enkele reden om de budgettaire teugels te laten vieren, in tegendeel. Om ons land voor te bereiden op de kosten van de vergrijzing moet de begrotingsdiscipline onverminderd voortgezet worden.
Conform de aanbevelingen van de Hoge Raad van Financiën moet het begrotingsoverschot naar de toekomst toe systematisch verhoogd worden, met 0,2 procent per jaar, door een verdere beheersing van de primaire uitgaven. Dit zal de overheidsschuld nog verder doen dalen en ons land voorbereiden op de stijgende uitgaven van de vergrijzing.
De opvang van de lasten van de vergrijzing moet evenwichtiger gespreid worden tussen de federale overheid en de sociale zekerheid enerzijds en de gemeenschappen, gewesten en lokale overheden anderzijds.
PVDA+
Eerst de mensen niet de winstDe staatsschuld moet afgebouwd worden maar niet altijd ten koste van dezelfden. Er moeten lastenverlagingen komen maar niet altijd voor dezelfden.
In 10 jaar tijd is 10% van alle binnenlandse rijkdom, het BBP, van de inkomens uit arbeid naar de inkomens uit kapitaal gegaan. Dat geld komt ergens vandaan. Het komt van de werkende bevolking via belastingen die de inkomens uit arbeid veel harder treffen, via 5 miljard lastenverminderingen per jaar voor bedrijven die dat dikwijls niet nodig hebben, via besparingen op openbare diensten, pensioenen, werkloosheidsuitkeringen, kinderbijslagen die sinds de jaren 80 niet meer aan de welvaart zijn aangepast.
De economische groei bereikte in België met 3 procent het hoogste peil sinds 2000. Alleen profiteren de werknemers daar niet van. De lonen van de gewone werkende man sukkelen al meer dan tien jaar met één jaarlijks procentje vooruit. In 2005 boekten de 150.000 Belgische niet-financiële bedrijven een gezamenlijke record winst van 40 miljard euro, dat is een stijging met 56 procent in vergelijking met 2005. De aandeelhouders van de grootste Belgische bedrijven (BEL-20) zagen hun dividend de laatste vijf jaar gemiddeld met 10 procent per jaar stijgen.
Wij willen de wereld opnieuw op haar voeten willen zetten. In plaats van ‘eerst de winst, niet de mensen’ zeggen wij ‘eerst de mensen, niet de winst’.
Wij willen een betere progressiviteit van de belastingen garanderen door het invoeren van aanslagvoeten van 10 % tot 70 % (vandaag is dat van 25 % tot 50 %), door het samenvoegen van inkomens uit kapitaal en uit arbeid, door een jaarlijkse belasting invoeren op grote fortuinen: 1% vanaf 500.000 euro, 2% op het deel boven de 750.000 euro.
Wij willen de gemeentelijke taksen (uitgenomen de gemeentebelasting) die de bevolking treffen, afschaffen en de BTW op alle basisproducten naar 6 procent brengen.
Met de opbrengst van deze maatregelen kan de overheid het onderwijs herfinancieren, een ambitieus plan voor tewerkstelling in de zorgsector, de sociale woningbouw en de energiebesparing uitvoeren en de openbare dienstverlening drastisch verbeteren.
sp.a
De begroting is vandaag structureel in evenwicht. De opbrengst van de eenmalige operaties zijn kleiner dan het overschot dat werd geboekt. De grote kosten van de vergrijzing komen pas na 2015. De volgende legislatuur moeten we dus verder gaan met het vullen van onze spaarpot.De Studiecommissie voor de vergrijzing rekende voor dat we in 2011 een overschot op de begroting moeten hebben van 1,1% van het BBP. Wij denken dat we een overschot moeten hebben van 1,3% van het Bruto Binnenlands Product. Dat kan zonder de belastingen te verhogen. Door de schuldafbouw dalen de rentelasten zeer snel. Bovendien kunnen we nog flink besparen op de uitgaven van de overheid. Daarnaast denken we dat het extreem belangrijk is om meer mensen aan het werk te krijgen. Dat bespaart op werkloosheidsuitgaven en mensen die werken stimuleren de economische groei. De belastingen worden niet overal even correct geïnd. Als we daar ook werk van maken, halen we onze doelstelling, hoeven de belastingen niet omhoog en kunnen we toch ambitieuze plannen realiseren
Vlaams Belang
In afwachting van de Vlaamse onafhankelijkheid spelen de budgettaire realisaties van de gemeenschappen en gewesten een belangrijke rol bij de globale begrotingsresultaten. Traditioneel bouwt Vlaanderen overschotten op, terwijl de andere entiteiten ondermaats presteren. Omwille van de federale loyaliteit hypothekeren de Vlamingen hun welvaart. Wallonië daarentegen heeft enkel oog voor de eigen prioriteiten.Binnen de voorlopige Belgische context moeten de begrotingsinspanningen op een eerlijke manier verdeeld worden over het federale niveau, de deelgebieden en de lagere overheden. Dit betekent dat de gewesten naast de verantwoordelijkheid over hun uitgaven ook de volledige soevereiniteit over hun ontvangsten krijgen, in tegenstelling tot de huidige dotatiebegrotingen. Om de deelgebieden toe te laten zo optimaal mogelijk de begrotingsnormen te halen is een eigen begrotingsbeleid met volledige budgettaire bevoegdheden – inclusief fiscale – onontbeerlijk.
De begroting staat voor een dubbele uitdaging: het hoofd bieden aan de enorme lasten uit het verleden (staatsschuld) en van de toekomst (vergrijzing). Hoe langer gewacht wordt om hiervan werk te maken, hoe hoger de toekomstige inspanningen zullen moeten zijn. Een gezond begrotingsbeleid, gebaseerd op de opbouw van begrotingsoverschotten, is de beste garantie om de schuld op termijn structureel te verlagen. In slechtere conjuncturele omstandigheden kunnen de reserves ook tijdelijk worden aangewend om de economie te stimuleren. Het gebruik van eenmalige operaties moet zoveel mogelijk vermeden worden. Het effect van deze operaties is niet alleen tijdelijk. Het verlaagt daarenboven de reële schuldenlast niet, maar het verzwaart de toekomstige uitgaven.
Begrotingsbeleid in een onafhankelijk Vlaanderen
In het toekomstig onafhankelijk Vlaanderen moet de afbouw van de gedeeltelijk overgenomen historische Belgische schuld worden verder gezet. Enkel onder bepaalde voorwaarden kan nieuwe schuld worden gemaakt. Het moet gaan om productieve investeringen waarvan de toekomstige rendabiliteit gegarandeerd is of die van groot openbaar nut zijn voor Vlaanderen. Het onafhankelijk Vlaanderen zal niet langer opdraaien voor de Belgische begroting, de interregionale geldstromen zullen tot het verleden behoren terwijl Vlaanderen een eigen fiscaal en economisch beleid zal voeren. Hierdoor zal budgettaire ruimte vrijkomen die prioritair aangewend moet worden om een structureel begrotingsoverschot te verzekeren. Beheersing van de uitgaven en kosten van het overheidsapparaat moet de regering toelaten deze middelen te laten terugvloeien naar de Vlamingen en de toekomstige Vlaamse welvaart te vrijwaren door de opbouw van pensioenreserves.